Veelgebruikte symbolen in één oogopslag
Een paar tekens komen steeds terug: ≠ betekent niet gelijk aan, ≈ betekent ongeveer gelijk aan en ± toont een waarde die twee kanten op kan. √ is de vierkantswortel, ∞ staat voor oneindig en π is de verhouding tussen de omtrek van een cirkel en zijn diameter. In de analyse telt ∑ een reeks op, markeert ∫ een integraal en geeft ∂ een partiële afgeleide aan.
Verzamelingen, logica en getalsystemen
De verzamelingenleer gebruikt ∈ voor ‘is een element van’, ⊂ voor ‘is een deelverzameling van’, en ∪ en ∩ voor vereniging en doorsnede, terwijl ∅ de lege verzameling is. De logica voegt ∀ (voor alle), ∃ (er bestaat), ¬ (niet), ∧ (en) en ∨ (of) toe. Dubbel doorgestreepte letters als ℕ, ℤ, ℚ, ℝ en ℂ noemen de natuurlijke, gehele, rationale, reële en complexe getallen.